inloggen voor skion leden | links | vacatures | disclaimer

 
ICC APL Study 01

Informatie "ICC APL Study 01" voor ouders en patiënten
(Versie 01 maart 2010)

Introductie
Dit protocol beschrijft richtlijnen voor de behandeling van acute promyelocyten leukemie (APL) bij kinderen en jongvolwassenen tot 21 jaar. Geadviseerd wordt behandeling met ATRA te starten bij elke patiënt met verdenking op APL, omdat vooral in de eerste fase APL een levensgevaarlijke ziekte is en snel tot behandeling moet worden overgegaan. Uiteindelijk is dit protocol echter alleen bedoeld voor patiënten die een type APL blijken te hebben dat op basis van moleculair onderzoek in principe gevoelig is voor ATRA, met name APL met een PML-RARα, NPM1-RARα of NUMA-RARα fusiegen.
APL is een zeldzame aandoening en daarom zal internationaal worden samengewerkt. Gegevens van ongeveer 300 patiënten, die geïncludeerd zijn over een periode van ongeveer vijf jaar in meerdere landen in Europa (en daarbuiten) en behandeld zijn volgens dit protocol, worden daarbij geanalyseerd.

Doelstellingen
Het doel van deze behandeling is maximale kans op genezing met minder kans op late effecten van de behandeling dan met vroegere behandelingen. Om dit doel te bereiken krijgen patiënten met een laag risico op een recidief (leukocytengetal in het bloed <10x109/l) een lagere cumulatieve hoeveelheid anthracyclines dan patiënten met een hoger risico (leukocytengetal in het bloed ≥10x109/l). Die anthracyclines kunnen namelijk ernstige hartschade veroorzaken.

Inclusie criteria
• Patiënten met een klinische initiële diagnose APL, waarbij PML-RARα, NPM1-RARα of NUMA-RARα fusiegen wordt aangetoond. Omdat dit een studie is voor ATRA gevoelige APL en APL een directe behandeling eist, dient de ATRA behandeling bij verdenking van de diagnose APL gestart te worden. Hierdoor dient de opname in de studie niet uitgesteld te worden totdat er moleculaire of cytologische bevestiging van APL is.
• Leeftijd jonger dan 21 jaar bij initiële diagnose.
• Patiënt dient in staat te zijn anthracycline-therapie te kunnen ondergaan.
• Getekend informed consent.
• Vrouwen in de vruchtbare leeftijd dienen een negatieve zwangerschapstest te hebben en dienen een eventuele zwangerschap te voorkomen.

Exclusie criteria
• Patiënten met een klinische APL diagnose maar waarbij na onderzoek een PLZF-RARα fusie of ontbrekende PML-RARα, NPM-RARα of NuMA-RARα rearrangement gaan uit de studie en dienen behandeld te worden op een alternatief protocol.
• Refractaire/gerecidiveerde APL.
• Een gelijktijdige maligniteit.
• Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven.
• Dokter en ouder/kind die aangeven dat intensieve chemotherapie bij patiënt geen optie is.
• Patiënten die een andere vorm van chemotherapie hebben gekregen voor 7 dagen of langer zonder dat hier ATRA bij gegeven is.

Risicogroepen
Voor patiënten met een laag risico op een recidief (leukocytengetal bij diagnose in het bloed <10x109/l) wordt een lagere cumulatieve hoeveelheid anthracyclines gegeven dan bij patiënten met een hoger risico (leukocytengetal bij diagnose in het bloed ≥10x109/l).

Behandeling
De behandeling zal beginnen met een zogenaamde inductiekuur. Patiënten met een laag risico krijgen in principe na inductie nog twee zogenaamde consolidatiekuren, terwijl hoger risico patiënten na inductie nog drie consolidatiekuren krijgen, alvorens over te gaan op de derde fase, de onderhoudbehandeling. In elke fase van de behandeling wordt ATRA gebruikt, een geneesmiddel dat APL cellen doet uitrijpen en ze daarmee onschadelijk maakt. Behandeling met alleen ATRA is niet voldoende, en daarom wordt ook conventionele chemotherapie toegediend. De totale behandeling duurt ruim 2 jaar.
APL is een ziekte waarbij het mogelijk is met verfijnde laboratoriumtechnieken (PCR) hele kleine aantallen leukemiecellen (zogenaamde MRD, minimal residual disease) op te sporen. In deze behandeling wordt gebruik gemaakt van MRD metingen en daarvoor wordt met enige regelmaat beenmerg en bloedonderzoek gedaan. Na de consolidatiekuren hoort een patiënt in het beenmerg geen MRD meer te hebben. Indien dat toch het geval is, wordt meer en eventueel andere chemotherapie gegeven. Dat is ook het geval als onverhoopt tijdens of na de onderhoudbehandeling MRD gemeten wordt met de PCR techniek. Het protocol geeft daarbij gedetailleerde behandeladviezen, afhankelijk van de precieze situatie bij de patiënt.

Aanvullend onderzoek
Met het overgebleven restmateriaal kan, indien toestemming is gegeven, aanvullend onderzoek gedaan worden. In dit geval wordt er onderzoek gedaan naar een specifieke receptor (SIRPα) op de celmembraan van zogenaamde myeloïde cellen. Hierbij zal gekeken worden of deze receptor minder aanwezig is bij APL cellen.

Start datum inclusie: 12-9-2010

Geplande einddatum inclusie: 31-12-2014

Contactpersoon
Prof. Dr. G.J.L. Kaspers, voorzitter ICC APL 01
E-mail: gjl.kaspers@vumc.nl

Naar de printversie van deze pagina