Informatie over het Ewing2008 protocolInformatie over het Ewing 2008 protocol voor ouders en patiënten
Introductie
Het Ewing 2008 is een studieprotocol voor de behandeling van patiënten met een Ewing sarcoom. Voor de verschillende groepen (ingedeeld naar uitgebreidheid van het proces) bestaan andere vraagstellingen. Bisfosfonaten hebben in vitro een remmend effect op Ewing cellijnen. Bisfosfonaten kunnen derhalve bijdrage aan een verbetering van de overleving. Bij patiënten met kleine en/of voor chemotherapie gevoelige tumoren worden bisfosonaten gerandomiseerd toegevoegd. Voor de overige zal het gerandomiseerd al of niet geven van hoge dosis chemotherapie met autologe stamcelinfusie mogelijk maken een uitspraak te doen over een gunstig effect hiervan en op de invloed op de kwaliteit van leven.
Doelstellingen
Het Ewing 2008 is een studieprotocol voor de behandeling van patiënten met een Ewing sarcoom. De resultaten van deze studie zullen mogelijk de volgende vragen beantwoorden:
Is het toevoegen van bisfosfonaten van invloed op de overleving van patiënten met een Ewing sarcoom?
Geeft hoge dosis chemotherapie met autologe stamcelreinfusie een betere overleving dan langdurige intensive chemotherapie.
Is met hoge dosis chemotherapie met autologe stamcelreinfusie een verbetering van de momenteel zeer slechte overlevingsresultaten bij patiënten met extra-pulmonaal gemetastaseerde ziekte te verkrijgen.
Is PET onderzoek in het kader van de respons bepaling van belang en is op termijn betere risico stratificatie met PET onderzoek mogelijk.
Wat is de invloed van de verschillende behandelingsmodaliteiten op de kwaliteit van leven.
Inclusie criteria
Het Ewing 2008 is een studieprotocol voor de behandeling van patiënten met een Ewing sarcoom.
Exclusie criteria
Meer dan een cyclus met andere chemotherapie voorafgaande aan registratie.
Tweede maligniteit.
Zwangerschap of lactatie.
Gelijktijdige behandeling in een andere klinische studie met zelfde eindpunten; studies betreffende supportive care en psycho(sociale) studies zijn derhalve toegestaan.
Omstandigheden van lichamelijke, psychische en sociale aard, die participatie onmogelijk maken.
Risicogroepen en behandeling
Het Ewing 2008 protocol is open voor alle patiënten, gediagnosticeerd met een Ewing sarcoom, met gelokaliseerde of gemetastaseerde ziekte, welke neo-adjuvante behandeling zouden kunnen ondergaan. Alle patiënten krijgen hierbij een inductie behandeling bestaande uit zes kuren vincristine, ifosfamide, doxorubicine en etoposide (VIDE). Na de vijfde kuur wordt geoordeeld over de wijze van lokale behandeling van de tumor, waarbij een voorkeur voor chirurgische behandeling, soms in combinatie met radiotherapie, bestaat. Pre-operatieve radiotherapie kan worden overwogen ter verbetering van de chirurgische mogelijkheden van anders niet chirurgisch te verwijderen tumoren. Patiënten met niet-gemetastaseerde ziekte of met longmetastasen ondergaan in principe na de zesde VIDE kuur locale behandeling van de (primaire) tumor. Indien mogelijk moet daarbij totale resectie van de tumor plaats vinden. Het geven van post-operatieve radiotherapie is afhankelijk van de volledigheid van de resectie van de tumor en de histologische respons op de voorafgegane chemotherapie.
Standard Risk R1
Patiënten met een histologisch goede respons (R1) (< 10% vitale tumor cellen) met niet-gemetastaseerde ziekte, worden behandeld volgens de standard risico arm en krijgen nog acht kuren chemotherapie bestaande uit vincristine, actinomycin D, en cyclophosphamide (VAC) (meisjes / vrouwen). Jongens en heren krijgen ifosfamide in plaats van cyclophosphamide (VAI). Alle patiënten in de standaard risico-arm zullen gerandomiseerd worden om wel of geen zoledronic zuur te krijgen. Hoewel het protocol voor ziet in een gelijktijdige randomisatie met fenretinide, wordt deze randomisatie niet in deze aanvraag opgenomen, aangezien de wijze van toediening en de farmaceutische formulering nog niet bekend is. Hiertoe zal later een amendement worden ingediend.
High Risk R2
Patiënten met een histologische slechte respons met niet-gemetastaseerde ziekte zullen in de R2 arm behandeld worden conform de EURO-EWING 99 studie De patiënten zullen gerandomiseerd worden over acht VAI kuren of hoge dosis chemotherapie krijgen, bestaande uit busulfan en melfalan met autologe stamcel rescue. Patiënten met longmetastasen worden eveneens volgens dit R2 behandelschema (gerandomiseerd) worden behandeld.
Very High Risk R3
Patiënten met gemetastaseerde ziekte, te weten bot en/of andere extrapulmonale lokalisaties; echter mogelijk wel in combinatie met pulmonale metastasen, krijgen acht kuren VIDE chemotherapie. Patiënten zullen daarna gerandomiseerd worden om door te gaan met acht kuren VAC chemotherapie of om door te gaan met hoge dosis chemotherapie (treosulfan en melfalan) met autologe stamcel rescue gevolgd door acht kuren VAC chemotherapie. De locale behandeling van deze patiënten vindt in principe plaats na de VIDE kuren en indien mogelijk voor de hoge dosis chemotherapie met autologe stamcel rescue. Wanneer langdurige periode van immobilisatie in aansluiting aan de locale behandeling (zoals onder andere bij bekken reconstructies) kan overwogen worden om locale behandeling te laten volgen op de hoge dosis chemotherapie met autologe stamcel rescue. Afhankelijk van de klinische respons op de chemotherapie kan radiotherapie voorafgaande aan hoge dosis chemotherapie met autologe stamcel rescue en chirurgie worden overwogen. Elke vertraging tussen VIDE en hoge dosis chemotherapie met autologe stamcel rescue dient te worden overbrugd met VAC-chemotherapiekuren. Het aantal van acht VAC chemotherapiekuren dient nimmer te worden overschreden
Is het verrichten van een autologe stamceltransplantatie aanleiding tot een verbeterde overleving?
is het toevoegen van een metronomische behandeling gunstig voor de overlevingsresultaten voor gemetastaseerd patiënten?
Aanvullend onderzoek
Genetische polymorfismen voor enzymen betrokken bij het metabolisme van cytostatica zijn medeverantwoordelijk voor verschillen in response op chemotherapie. Deze studie beoogt correlaties te bestuderen tussen deze polymorfismen en de respons van de tumor op de ingestelde therapie. Op termijn zijn op basis van de verkregen resultaten mogelijk individuele behandelschema’s met hogere effectiviteit en verminderde toxiciteit te verwezenlijken.
Immunologische mechanismen zijn belangrijk voor de celdood van maligne cellen. Deze studie beoogt T- en NK-cellen te genereren en in vitro de migratie naar, de invasie van, en de celdood van Ewing cellen te bestuderen. Deze studie kan essentiële gegevens opleveren voor (op termijn) immunologische behandeling van Ewing-tumoren.
Start datum inclusie: 01 mei 2010
Geplande einddatum inclusie: mei 2018
Contactpersoon: Dr. H van den Berg, voorzitter Ewing 2008Naar de printversie van deze pagina
