DiagnostiekIndien het vermoeden bestaat van een kwaadaardige aandoening, dient dit zo snel mogelijk te worden onderzocht. Er zal een plan worden gemaakt van verschillende onderzoeken. Vaak is een biopsie noodzakelijk voor een juiste diagnose.
BiopsieEen biopsie is een (kleine) operatie waarbij een stukje van de tumor wordt weggenomen voor onderzoek. Ook dient te worden vastgesteld of de ziekte zich naar andere organen heeft uitgebreid. Deze onderzoeken kunnen soms poliklinisch plaatsvinden. Echter, soms is het beter uw kind op te nemen voor de onderzoeken, of is uw kind te ziek om naar huis te gaan. Zodra is vastgesteld dat er sprake is van kanker, zullen de resultaten van de onderzoeken met u worden besproken. In het algemeen wordt dit met u besproken door één van de kinderoncologen. Dit is een kinderarts die zich heeft gespecialiseerd in de diagnose en behandeling van kinderen met kanker. Hij of zij bespreekt met u de diagnose, de genezingskansen en het opgestelde behandelplan. Tevens wordt de werking en bijwerkingen van de medicijnen en allerlei andere aspecten van de behandeling en de opvang en begeleiding van uw kind besproken.
Kinderoncologische Centra hebben de beschikking over vele laboratoria en onderzoeksafdelingen speciaal gericht op kinderen met kanker. Het is van groot belang dat voor het starten van een behandeling de precieze ziekte met alle details is vastgesteld. In een latere fase is dit niet meer goed mogelijk. Indien er al onderzoek heeft plaatsgevonden in een ander ziekenhuis voordat u werd verwezen naar het kinderoncologische centrum, dan wordt dat onderzoek alleen herhaald als daar een reden voor is. U wordt over alle onderzoeken die worden verricht, van tevoren ingelicht en u kunt, als u dat wilt, bij de meeste onderzoeken aanwezig zijn.
Tumorvormende kankerVoor een juiste diagnose van een solide tumor is bijna altijd een biopsie (wegnemen van stukje tumor) nodig. Dit gebeurt via een kleine operatie onder narcose. Bij deze operatie wordt tegelijkertijd ook het bloed, beenmerg en soms hersenvloeistof (liquor) afgenomen.
HersentumorenVoor een juiste diagnose van een hersentumor is weefselonderzoek van de tumor nodig. Dit gebeurt via een hersenoperatie. Omdat een hersenoperatie ingrijpend is wordt meestal geprobeerd direct de gehele tumor weg te nemen.
BloedonderzoekDit kan op twee manieren plaatsvinden: door een vingerprik of door middel van een prik in een ader (venapunctie). Bij de venapunctie wordt de huid meestal verdoofd door een pleister (EMLA-pleister) waarin verdovende zalf zit. Deze pleister wordt minimaal 30-60 minuten van tevoren aangebracht.
RöntgenonderzoekRöntgenonderzoek is bijna altijd noodzakelijk. Hierbij worden, met behulp van röntgenstralen, foto's gemaakt van bijvoorbeeld hoofd, hart, longen, buik, armen en/of benen. Naast röntgenonderzoek kunnen ook echo's, MRI-scans en CT-scans worden gemaakt. Over veel van deze onderzoeken is schriftelijke informatie verkrijgbaar.
Nucleaire scansEen nucleaire scan is een foto waarbij gebruik wordt gemaakt van een radioactieve stof. Een MIBG scan bijvoorbeeld maakt gebruik van radioactief MIBG, een stof die wordt ingebouwd in een neuroblastoom tumorcel. De ophoping van de radioactieve stof kan zichtbaar gemaakt worden door een 'foto' van het lichaam te maken. Zo kunnen de tumor en eventuele metastasen of uitzaaiingen zichtbaar gemaakt worden. De MIBG scan is alleen geschikt voor het opsporen van neuroblastoom tumoren. Een zogenaamde botscan, waarbij gebruik gemaakt wordt van radioactief technetium kan ditzelfde doen voor meerdere soorten tumoren. De hoeveelheid radioactief materiaal dat bij deze scans gebruikt wordt is uitermate gering en levert geen risico's op voor de patiënt. Echter als u zwanger bent of denkt te zijn dient u dit te melden op de afdeling nucleaire geneeskunde.
Beenmergpunctie Door middel van een beenmergpunctie wordt een beetje merg uit de binnenste holte van het bot gehaald. In deze holte worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Aan het onderzoek van dat merg kan de oncoloog zien hoe de aanmaak en samenstelling van het bloed is. Dit onderzoek gebeurt door middel van een prik in de heuprand. Het kind gaat hierbij onder narcose of er wordt een roesje gegeven
LumbaalpunctieDe lumbaalpunctie wordt ook wel 'ruggenprik' genoemd. Dit onderzoek gebeurt vaak ook met een vorm van pijnbestrijding. Bij deze punctie wordt met een speciale naald tussen twee wervels doorgeprikt. Door de naald loopt hersenvocht (liquor) naar buiten dat in buisjes wordt opgevangen. Tijdens deze prik moet het kind op de zij liggen en de rug zo rond mogelijk houden. Dit lukt het beste door met opgetrokken knieën en gebogen hoofd te liggen.
UrineonderzoekVoor het urineonderzoek bij het neuroblastoom wordt gekeken naar de aanwezigheid van zogenaamde tumormerkstoffen, dit zijn tumorspecifieke stoffen. Voor het neuroblastoom zijn dit catecholamine-achtige stoffen ('stress-hormonen') waarvan VMA (Vanil-mandiline zuur) er één van is. Er zijn enkele voedingsstoffen die kunnen storen bij de meting van deze stoffen en dienen in de 24-48 uur voorafgaand aan de urineverzameling uit het dieet van de patiënt gelaten te worden. We noemen dit ook wel het VMA-dieet. Voedingsmiddelen die vermeden dienen te worden zijn: Banaan, kiwi, ananas, walnoot.
De bepaling vindt plaats in zg. "24-uurs urine", d.w.z. urine gespaard over 24 uur. Echter, alleen bij het stellen van de diagnose is het van belang urine van 24 uur te verkrijgen, omdat er dan uitgebreide analyses plaatsvinden. Voor de vervolg urinecontroles is een goede ochtendplas van het kind voldoende voor een betrouwbare meting.
Port-a-Cath (PAC)Voor de toediening van de medicatie wordt gebruik gemaakt van een zgn. port-a-cath of VAP (Venous Access Port), een onderhuids ingebracht reservoir wat verbinding heeft met een groot bloedvat. Dit maakt dat de medicijnen veilig kunnen worden toegediend en dat de kleine vaten niet geïrriteerd raken. Tevens kan hierover vocht worden toegediend, bloedtransfusies, voedingsinfusen en kan er bloed voor controle uit worden afgenomen.
Naar de printversie van deze pagina