Behandelmethodes

Vanzelfsprekend is de behandeling afhankelijk van de aard van de aandoening. Toegepast kunnen worden:

  • Chemotherapie (behandeling met celdodende of celdelingremmende medicijnen, cytostatica genaamd)
  • Chirurgie (operatie)
  • Radiotherapie (bestraling)
  • Ondersteunende behandeling en leefregels
  • Stamceltransplantatie

Chemotherapie wordt vaak gedurende een langere periode gegeven. Ook als er geen activiteit van de ziekte meer aangetroffen wordt, dient er toch nog chemotherapie gegeven te worden. Vaak is het zo dat er dan nog een paar levende kankercellen aanwezig zijn, die met onderzoek niet meer zichtbaar zijn. Gebleken is dat dergelijke medicijnen een beter resultaat met het oog op genezing opleveren, als ze langer worden toegediend.

Soms volstaat één vorm van therapie en soms moet voor een combinatie worden gekozen. In zijn algemeenheid komt een behandelplan of -schema vaak tot stand op basis van nationaal en internationaal overleg. Dit heeft tot gevolg dat in vele landen kinderen met een bepaalde kwaadaardige aandoening volgens een zelfde behandelplan of -schema behandeld worden. De resultaten van dergelijke behandelplannen of -schema's kunnen vergeleken worden en eventuele verbeteringen van de behandeling kunnen zo gerealiseerd worden.

Bij iedere individuele patiënt wordt altijd bekeken of een standaardbehandeling wel de beste behandeling is. Dit wordt bepaald door het oncologische team in een uitgebreide bespreking over de patiënt. Bij deze bespreking zijn oncologen, de (neuro-)chirurg, de patholoog, de radioloog, de radiotherapeut, de neuroloog en gespecialiseerde verpleegkundigen aanwezig.
In het behandelplan is bovendien een richtlijn ingebouwd met betrekking tot de controleonderzoeken (bijvoorbeeld röntgenonderzoek, beenmergpuncties en bloedonderzoek). Door deze controleonderzoeken kan worden vastgelegd hoe de ziekte verloopt en in hoeverre de behandeling aanslaat.

Het is zeer belangrijk om vast te stellen dat het behandelplan of -protocol een richtlijn voor behandeling is. Heel vaak moet bij een individueel kind afgeweken worden van de richtlijn. Dit is niet uitzonderlijk, ieder kind reageert anders op de behandeling en kan zijn of haar eigen aanpassing nodig hebben.