Stamceltransplantatie

Bij een stamceltransplantatie wordt het beenmerg in het lichaam vervangen.

Beenmerg is een vloeibare substantie die zich in de mergholte bevindt. Dit is een holle ruimte binnenin de botten. In het beenmerg worden de cellen van het bloed gevormd: rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Dit gebeurt doordat er in het beenmerg jonge voorlopercellen zijn (stamcellen), die niets anders doen dan nieuwe jonge cellen produceren. Deze nieuwe jonge cellen rijpen uit en verplaatsen zich naar de bloedbaan om daar hun definitieve functie te gaan vervullen.

Transplantaties worden enerzijds uitgevoerd met stamcellen die van een donor afkomstig zijn (allogene transplantatie). 
Daarbij worden eerst met behulp van een zware voorbehandeling, met chemotherapie en immuuntherapie, de jonge eigen voorlopercellen vernietigd. De stamcellen van een donor zullen zich vervolgens nestelen in de beenmergholte om daar voor de productie van nieuwe jonge cellen en de aanmaak van bloed te zorgen.
Deze vorm van stamceltransplantatie wordt toegepast als behandeling bij kinderen met leukemie, die onvoldoende reageren op chemotherapie. Ook kinderen met ernstige ziekten van afweer, bloed of stofwisseling kunnen soms geholpen worden met een allogene stamceltransplantatie. Het kan zijn dat uw kind voor een allogene stamceltransplantatie tijdelijk behandeld gaat worden in Utrecht of Leiden, omdat in Nederland alleen daar transplantaties worden uitgevoerd met stamcellen van een donor.

Anderzijds wordt soms als onderdeel van de behandeling eigen beenmerg van de patiënt ingevroren, om na behandeling met hoge dosis chemotherapie weer te worden teruggeven (autologe transplantatie).
Deze behandeling wordt bijvoorbeeld soms toegepast bij kinderen met neuroblastoom of Ewing sarcoom.